Broeikasemissie
Aanpassingen in bedrijfvoering
De reductie van broeikasgassen door aanpassingen in de bedrijfsvoering kunnen bijdragen aan de verbetering van het resultaat. Zo verhogen een betere kwaliteit ruwvoer en een gebalanceerd rantsoen de efficiëntie en verlaagt dit de emissie van methaan. Methaan uit de pens dat opgeboerd wordt door de koe is de grootste bron van broeikasgassen op een melkveebedrijf.
Aanleg van zonnepanelen en vergisting van mest dragen bij aan vermindering broeikasgassen en kunnen financieel interessant zijn. Zuivelbedrijven betalen melkveehouders voor reductie van CO2-eq per kg melk.
Voor veengronden wordt een correctie op de CO2 uitstoot toegepast. De correctie wordt berekend op basis van type bovengrond en grondwaterstand.
Hoe wordt het berekend?
Kooldioxide is een broeikasgas, maar lachgas en methaan zijn sterkere broeikasgassen. Lachgas kan uit de bodem vrijkomen en rundvee zal altijd bij de voervertering methaan produceren. Methaan is een 27 maal zo sterk broeikasgas als kooldioxide, en lachgas is zelfs 270 maal zo sterk als kooldioxide.
Broeikasgassen worden omgerekend naar CO2-eq (CO2 equivalenten)
CO2-eq: koolstofdioxide (CO2)+ methaan (CH4) + lachgas (N2O)
CO2 (brandstoffen, machines, energie, veenoxidatie) + CH4 (pens, mestput, meststoffen, productie) + N2O (bodem, mestput, meststoffen, mest uitrijden) totaal omrekenen naar CO2-eq. (CH4 x 27,2 en N2O x 273)
Voor melkveehouderij wordt het totaal CO2-eq gedeeld door de meetmelkproductie. Er wordt niet gerekend met allocatie naar vlees.
Wat is de topnorm?
Broeikasgasemissie ≤ 900 gr CO2-eq. / kg meetmelk

