Fosfor
Essentieel mineraal
Bij extensivering kan het fosfaatbodemoverschot onder 0 komen. In Nederlandse bodems is bijna altijd voldoende fosfaat aanwezig. Let wel op de beschikbaarheid. Bodemleven en diep wortelende kruiden kunnen hierbij helpen. Het weer is van grote invloed op de fosforgehalten in gras en graskuil. Droge of koude omstandigheden verlagen de P-opname door het gewas, met daardoor minder P in de mest. Warme en vochtige perioden verhogen de P-opname in het gewas.
Hoe wordt het berekend?
Het fosfaatbodemoverschot is het verschil tussen de hoeveelheid fosfaat die op het land komt en de hoeveelheid die wordt afgevoerd via gewassen. Dit laat zien of er een ophoping van fosfaat in de bodem plaatsvindt, wat risico’s geeft voor uitspoeling of afspoeling naar het oppervlaktewater.
De aanvoer bestaat uit drijfmest, weidemest, kunstmest en eventuele andere fosfaatbronnen, uitgedrukt in kg P₂O₅ per hectare.
De afvoer wordt berekend op basis van de hoeveelheid geoogst gewas en de fosforinhoud per ton, vermenigvuldigd met een omrekenfactor (P × 2,29) om naar P₂O₅ (fosfaat) te rekenen.
Daarnaast telt ook opname via beweiding mee: fosfaat dat direct via begrazing door het gewas wordt opgenomen.
Een positief saldo betekent ophoping in de bodem, een negatief saldo duidt op onttrekking. Beide kunnen gevolgen hebben voor gewasgroei en milieukwaliteit.
Bodemoverschot (kg P₂O₅/ha) = Aanvoer van fosfaat naar bodem – Afvoer van fosfaat via gewassen
Wat is de topnorm in OBD?
Een fosfaatbodemoverschot van ≤ -5 kg P2O5/ha

